Leefstijltandarts en orthomoleculair geneeskundige Geiske de Ruig benadrukt hoe groot de invloed van de spijsvertering is op onze algehele gezondheid. In het bijzonder spelen galzuren daarbij een cruciale rol. “Galzuren zijn onmisbaar voor de vetvertering,” legt Geiske uit, “maar als de balans verstoord raakt, kunnen ze juist klachten veroorzaken.” Het onderscheid tussen primaire en secundaire galzuren is daarbij essentieel, al is het voor veel mensen onbekend terrein.

galzuren
Het gesprek met Geiske kun je beluisteren via de balk hierboven.

Galzuren worden in de lever aangemaakt uit cholesterol, opgeslagen in de galblaas en vervolgens afgegeven aan de dunne darm. Daar helpen ze vetten emulgeren zodat ze goed verteerd kunnen worden. Maar niet alle galzuren werken hetzelfde.

Primaire versus secundaire galzuren

Primaire galzuren worden rechtstreeks door de lever geproduceerd en hebben een duidelijke, ondersteunende functie in de spijsvertering. Secundaire galzuren ontstaan pas later, onder invloed van bacteriën in de dikke darm. “Met name bepaalde bacteriën, zoals clostridia, kunnen secundaire galzuren aanmaken die irriterend of zelfs schadelijk zijn,” vertelt Geiske.

Te veel ongunstige secundaire galzuren kunnen de darmwand beschadigen, ontstekingen bevorderen en bijdragen aan dysbiose. “Je kunt het een beetje vergelijken met zeep op een slijmlaag,” zegt ze. “Dat is simpelweg niet gunstig.” Volgens Geiske kunnen deze processen ook invloed hebben op het metabolisme, zoals problemen met bloedsuiker, insulineresistentie of een verlaagde vitamine D-status.

Wat zegt ontlastingsonderzoek?

Moderne ontlastingsanalyses geven steeds meer inzicht in het zogenoemde metaboloom. “Als ik zie dat iemand een hoge kans heeft op secundaire galzuurvorming, kijk ik meteen naar het microbioom,” aldus Geiske. “Zie ik veel clostridia, dan weet ik waar ik moet ingrijpen.”

Bij aandoeningen zoals de ziekte van Crohn of colitis komen verhoogde secundaire galzuren regelmatig voor. De aanpak begint dan met binden: vezels, actieve kool, klei of humuszuren helpen om overtollige galzuren af te voeren. Daarnaast is herstel van het microbioom cruciaal, met pre- en probiotica of gerichte middelen zoals oregano of berberine.

Herstel vraagt om maatwerk

Naast het terugdringen van schadelijke processen is herstel van de darmwand belangrijk. Stoffen als glutamine, zinkcarnosine en fosfatidylcholine kunnen hierbij ondersteunen. “Wat ik in deze fase juist níet doe, is extra galproductie stimuleren,” benadrukt Geiske. “Eerst moet de rust terug in de darm.”

Bij een overmaat aan primaire galzuren ligt de aanpak anders. Dan spelen bitters, vezels, stressmanagement en slaap een grotere rol. “Het is altijd zoeken naar de oorzaak,” zegt Geiske. “Is het de gal, de maag, een parasiet of stress? Dat vraagt om detectivewerk.” Niet voor niets noemt ze haar werkwijze lachend “de Sherlock Holmes-aanpak”.

Zie ook dit bericht.