Vitamine D is essentieel voor een goed functionerend immuunsysteem, energieproductie en ontstekingsremming, maar bij een groeiende groep mensen werkt het supplement niet optimaal. Tim Kors, therapeut functionele geneeskunde bij kliniek Newmedix, introduceert het concept ‘vitamine D-resistentie’.
Hierbij zijn de bloedwaarden misschien redelijk op orde, maar reageren de intracellulaire receptoren niet meer adequaat op het hormoon. Hierdoor kunnen de duizenden genen die door vitamine D worden aangestuurd – betrokken bij alles van darmgezondheid tot hormoonbalans – niet goed hun werk doen.

Vitamine D-resistentie
Dit fenomeen wordt vaak over het hoofd gezien in de reguliere zorg, waar men vooral kijkt naar een tekort in het bloed en niet naar de werking op celniveau.

De rol van laaggradige ontstekingen

De oorzaak van deze resistentie is vaak verworven en niet erfelijk. Het blijkt dat mensen die kampen met chronische vermoeidheid en laaggradige ontstekingen (een sluimerende ontstekingsreactie in het lichaam) vatbaarder zijn voor deze weerstand tegen vitamine D. De ontstekingsstoffen verstoren de werking van de receptoren, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat: de ontsteking veroorzaakt resistentie, en door de resistentie kan vitamine D de ontsteking niet meer remmen. Om deze cyclus te doorbreken, is een standaarddosering vaak ontoereikend; het lichaam heeft dan een veel hogere concentratie nodig om de drempel van resistentie te overwinnen.

Hogere doseringen als therapeutische strategie 

In de praktijk van Tim Kors wordt bij patiënten met resistentie en ontstekingen vaak gekozen voor een ‘laadfase’ met hoge doseringen. Denk hierbij aan 6.000 tot 10.000 Internationale Eenheden (IE) per dag gedurende de eerste maand, om de bloedwaarde naar een niveau van rond de 125 nmol/L te brengen. Dit is aanzienlijk hoger dan de vaak geadviseerde 400 tot 1.000 IE. Zodra de waarden optimaal zijn en de ontsteking zakt, kan worden teruggegaan naar een onderhoudsdosering, die nog steeds hoger ligt dan het gangbare advies. Het doel is om de receptoren weer sensitief te maken, zodat het lichaam weer profiteert van de geneeskrachtige werking.

“Het standaardadvies van 1.000 IE is voor veel mensen met ontstekingsklachten simpelweg te laag; het is alsof je een brandje probeert te blussen met een druppel water.”

Veiligheid en de mythe van overdosering 

Hoewel er vaak gewaarschuwd wordt voor overdosering van vitamine D, ziet Tim in zijn twintigjarige praktijk met duizenden patiënten vrijwel geen gevallen van intoxicatie. Het lichaam is evolutionair ingericht om grote hoeveelheden vitamine D aan te maken via de huid; bij een half uur onbedekt in de zomerzon produceert het lichaam al snel 20.000 tot 30.000 IE.
De angst voor toxiciteit is mogelijk voortgekomen uit verwarring met vitamine A (dat wel toxisch kan zijn in hoge doses) of theoretische modellen die in de praktijk zelden voorkomen. Toxiciteit zou pas kunnen optreden bij extreem hoge bloedwaarden (>250 nmol/L) die langdurig worden aangehouden, iets wat met normale supplementatie nauwelijks haalbaar is.

“Mensen maken zich vaak onnodig zorgen over een overdosis, terwijl het echte gevaar schuilt in het wijdverspreide tekort dat bij negen op de tien patiënten wordt gevonden.”

Individuele referentiewaarden 

De boodschap is duidelijk: de huidige referentiewaarden en adviezen zijn vaak te defensief. Wat voor de één voldoende is, is voor de ander met ontstekingsklachten veel te weinig. Een gepersonaliseerde aanpak, waarbij de dosering wordt afgestemd op de individuele ontstekingsstatus en bloedwaarden, is noodzakelijk. Mensen zouden zich meer zorgen moeten maken over een tekort dan over een mogelijke overdosis, aangezien een suboptimale vitamine D-status een veel groter en wijdverspreid gezondheidsrisico vormt.