Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekte. Volgens Yvonne van Stigt, expert in klinische psycho-neuro-immunologie en hoofddocent aan het OPFG, speelt veiligheid daarbij een veel grotere rol dan we meestal denken. Maar met veiligheid bedoelt zij nadrukkelijk méér dan je veilig voelen. Een lichaam kan biologisch in een toestand van dreiging verkeren, ook wanneer iemand zich emotioneel helemaal niet angstig of onveilig voelt.
Dat onderscheid vormt de kern van haar nieuwe boek The Biology of Safety.
Veel kennis over stress en trauma richt zich op de invloed van ervaringen op het zenuwstelsel. Een onveilige jeugd, langdurige stress of traumatische ervaringen kunnen het lichaam gevoeliger maken voor gevaar. Maar volgens Yvonne is dat slechts één deel van het verhaal.
Veiligheid is ook lichamelijk
Niet alleen gedachten en ervaringen geven signalen van gevaar. Ook infecties, toxinen, weefselschade, energietekort en verstoringen in cellulaire processen kunnen het lichaam in een staat van verdediging houden.
Iemand kan zich dus mentaal rustig voelen, terwijl het lichaam biologisch nog steeds alarm slaat. Andersom betekent een gevoel van rust niet automatisch dat de bron van het alarm verdwenen is. Verbinding, ademhaling, oxytocine en endorfines kunnen het alarmsignaal dempen, maar demping is iets anders dan het wegnemen van de oorzaak.
Cortisol is maar één deel van het verhaal
Bij dreiging worden onder andere adrenaline en cortisol ingezet. Daarbij is niet alleen van belang hoeveel cortisol iemand maakt, maar ook hoe goed cellen op dat signaal kunnen reageren.
De glucocorticoïdreceptor speelt daarin een belangrijke rol. Genetische aanleg, langdurige stress, ontsteking en de toestand van de cel kunnen deze route beïnvloeden. Daardoor kan dezelfde hoeveelheid cortisol bij verschillende mensen een andere uitwerking hebben. Dat helpt ook verklaren waarom zenuwstelselregulatie bij de ene persoon veel effect heeft en bij een ander onvoldoende is.
Waarom reguleren niet altijd genoeg is
Technieken die het zenuwstelsel helpen reguleren kunnen zeer waardevol zijn. Maar wanneer het lichaam nog steeds signalen ontvangt van bijvoorbeeld een infectie, toxische belasting of cellulaire verstoring, kan alleen leren ontspannen onvoldoende zijn.
Er bestaat geen universele route naar herstel. Bij de ene persoon ligt de belangrijkste ingang bij trauma en zenuwstelselregulatie, bij een ander bij een infectie, voeding, stofwisseling of verminderde cellulaire regelcapaciteit.
Met The Biology of Safety wil zij het begrip veiligheid daarom verbreden.
Wat heeft een lichaam nodig om niet alleen veiligheid te ervaren, maar biologisch weer voldoende veilig te zijn om te kunnen herstellen?
