Je dikke darm is van binnen bekleed met een dunne, beschermende laag slijm: mucine. Het houdt prikkels en indringers op afstand en geeft je darmflora een rustige plek om te werken. Maar niet iedereen krijgt die laag zomaar voor elkaar. Sommige mensen maken door hun genetische aanleg structureel te weinig mucine aan, waardoor hun darmbarrière dunner blijft en klachten hardnekkig terugkomen. Els Cornelis, biochemisch opgeleide health coach bij praktijk Revive, ziet dit in haar werk regelmatig voorbijkomen en weet er wel raad mee.

Mucine
“Je lichaam herstelt zichzelf wel, maar heeft soms wel een zetje nodig,” zegt Els.

Slijm uit de plantenhaard

Haar eerste ingebrachte zijn de slijmstoffen die bepaalde planten zelf produceren. “Ik denk dan meteen aan heemst,” vertelt Els, die er mee werkt in een bedrijfje dat kruidentincturen maakt. Okra is een ander voorbeeld, gewoon te vinden in de Aziatische winkel. “Je mag het nooit te lang koken, want dan zie je die slijmstof eraf komen.” Die slijmerige substantie is precies wat je zoekt: ze legt zich als een extra laagje over je darmslijmvlies. Ook gamma-oryzanol, gewonnen uit rijst, doet hier goed werk, vaak in een complex omdat de stoffen samen beter presteren.

Zink-carnosine als dubbeltalent

Voor wie het iets gerichter wil, noemt Els nog een favoriet die niet uit planten komt: zink-carnosine. “Dat is echt een topper,” stelt ze. Het bijzondere is dat het niet alleen het darmslijmvlies ondersteunt, maar ook het maagslijmvlies versterkt bij mensen bij wie die laag te dun is.

Boterzuur en de bekercel

Boterzuur speelt een dubbele rol. Het geeft je darmcellen de energie die ze nodig hebben, en op die gezonde cellen groeit weer een goed slijmvlies. “De bekercellen op je darm maken zelf slijm aan,” legt Els uit. Zorg je voor de cel, dan komt het slijm vaak vanzelf terug.

Het duwtje in de rug

Vezels blijven natuurlijk de brandstof voor je darmbacteriën, die daarmee zelf korte ketenvetzuren zoals boterzuur maken. Maar zit je flora uit balans, dan schiet dat tekort. “Dan gaan die vezels in eerste instantie niet voldoende omgezet worden,” aldus Els. Daarom is rechtstreeks boterzuur innemen slim: je slaat de stap over die je verzwakte bacteriën nu nog niet kunnen doen. Na verloop van tijd, als je darm weer beter draait, nemen je bacteriën het werk gelukkig weer zelf over.