We leven in een tijd waarin chronische aandoeningen als diabetes type 2, hart- en vaatziekten en obesitas steeds vaker voorkomen. Volgens Hanno Pijl, emeritus hoogleraar diabetologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum, is er sprake van een ‘tsunami’ aan ziekten die niet zozeer door ouderdom wordt veroorzaakt, maar door onze leefstijl.

leefstijl
“Er is een wijdverspreid misverstand dat vergrijzing ons ziek maakt,” stelt Hanno. “Maar veroudering hoeft niet met ziekte gepaard te gaan. Het zijn factoren als ongezonde voeding, bewegingsarmoede, stress, slechte slaap en blootstelling aan toxines die de kans op ziekte exponentieel vergroten.”

Preventie begint nu, niet pas op latere leeftijd

Vaak wordt gedacht dat een gezonde leefstijl vooral belangrijk is voor de laatste tien tot twintig jaar van het leven. Hanno benadrukt echter dat de voordelen direct merkbaar zijn. “Als je begint met bewegen, beter eet en stress reduceert, voel je je nú al beter,” zegt hij. Mensen rapporteren meer energie, scherpere cognitieve functies en een betere mentale weerbaarheid.
Investeren in gezondheid is dus geen uitgestelde beloning, maar een directe winst voor het dagelijks functioneren.

Waarom leefstijl nog niet standaard zorg is

Ondanks de overweldigende bewijslast wordt leefstijlinterventie in de reguliere zorg nog te weinig als eerste behandeling ingezet. Hanno wijst op drie knelpunten: de traditionele opleiding van artsen, tijdgebrek in de spreekkamer en gebrekkige financiering. “Artsen zijn opgeleid om zieken met medicijnen en operaties te behandelen, niet om de oorzaak van ziekte aan te pakken,” legt hij uit. Leefstijladvies kost tijd, en die tijd ontbreekt vaak. Bovendien worden leefstijlcoaches onvoldoende vergoed, waardoor effectieve begeleiding voor veel patiënten onbereikbaar blijft.

De ongelijke strijd tegen de voedselindustrie

Een extra uitdaging is de omgeving waarin we leven. Supermarkten liggen vol met ultra-bewerkte voeding die speciaal is ontworpen om verslavend te zijn. “Het is voor bijna iedereen een bijna onmogelijke opgave om daar duurzaam weerstand aan te bieden,” erkent Hanno.
Daar komt bij dat genetische aanleg een grote rol speelt; sommige mensen hebben een veel sterkere biologische drang naar suiker en vet door variaties in hun hersenen die de eetlust reguleren. “Verwachten dat iemand met zo’n drive alleen met wilskracht gezond blijft, is onrealistisch. We moeten de omgeving veranderen, niet alleen het individu.”